Lith-printing

Om te begrijpen wat lith-printing betekent is het nuttig om weten dat een traditioneel ontwikkelbad het fotopapier in een (min of meer) vaste tijd uitontwikkelt. De fotograaf bepaalt daarbij d.m.v. proefstroken of meetapparatuur welke de optimale belichtingstijd van het papier is en welke contrastgradatie hij moet gebruiken. De klassieke ontwikkelaar heeft dus een ondergeschikte invloed op het eindresultaat, waarvan de kwaliteit omzeggens helemaal wordt bepaald tijdens de belichting van het fotopapier.

Bij lith-ontwikkeling wordt het contrast in wezen bepaald tijdens de ontwikkeling. Aan de basis staat een ontwikkelaar die zichzelf "besmet", waardoor hij sneller werkt naarmate hij verder uitgeput wordt. Daardoor zijn de schaduwen bijzonder diep en hard en de lichten heel subtiel. De klassieke ontwikkelaar kan dit nooit bereiken. Bovendien hebben de schaduwen in de lith-print vaak een koelere of meer neutrale tint en worden de lichte partijen, afhankelijk van de ontwikkelaar en de ontwikkeltijd, vaak heel spedifiek getint, van sepia-achtige tonen over groengeel, geel, tot oranje. Omwille van de "zelfbesmettende" eigenschap van de ontwikkelaar evolueren schaduwen tijdens het ontwikkelen bovendien ineens heel snel, zodat de fotograaf het ontwikkelproces op een allesbepalend kritiek moment moet stoppen om het gewenste resultaat te verkrijgen.

De samenstelling van de ontwikkelaar en het gebruik van additieven zorgen dan nog eens voor een haast oneindig aantal variaties en omdat bij elke sessie in de donkere kamer de ontwikkelaar na iedere print uitgeput wordt en daardoor aan elke volgende print een ander karakter verleent, is het omzeggens onmogelijk om twee gelijke afdrukken na mekaar te maken. Waarmee lith-printing ongewoon boeiend blijft.